Soon online


Soon online


Soon online


Soon online




Meespelen totdat je iets Wint!

Speel gratis mee tot dat u iets gewonnen heeft

Speel gratis mee!



Branderige  linkpartners
Linkvlog
Soepvork
Potjesex
Krimineel (branderig goed)
TopFunny.NL
Straat-dichters
Dewereldopdekop (branderig goed)
Ikkenietweten.nl
Dakzoekje
Absoluutnormaal
Bar-en-boos (Branderig goed)
Skiddo.nl
Loodzwaar
MastaLine.com
Numaga.com
Zo-maar-wat
Blaffert.net
Je website op deze plek?
Je website op deze plek?
Je website op deze plek?
Je website op deze plek?
Je website op deze plek?
Je website op deze plek?
Je website op deze plek?
Je website op deze plek?
Je website op deze plek?
Je website op deze plek?
Je website op deze plek?
Je website op deze plek?
Je website op deze plek?
Je website op deze plek?

Via zoutzuur vind JIJ een geile date 24uur per dag bereikbaar!

Patrik 1.5


Tue, 17 Aug 2010 16:50:58 GMT

In Patrik 1.5 verhuizen huisarts Gorän en zijn man Sven Skoogh naar de straat met het hoogste burgerlijkheidgehalte van Zweden. Alle gepoetste huisjes achter frisgroene gazonnetjes herbergen vrolijke gezinnen en gelukkige stellen: het ideale klimaat voor het kind dat de mannen binnenkort gaan adopteren.

Patrik 1.5

Hoe idyllisch de buurt ook lijkt, Göran en Sven worden al snel het doelwit van roddels en pesterijen, afkomstig van hun toch niet zo perfecte buren. De ellende is compleet als blijkt dat Jeugdzorg de mannen een administratieve interpunctie-loer heeft gedraaid: hun beloofde adoptiekind, peuter Patrik van 1.5 blijkt een crimineel van 15.

Het plot klinkt weinig origineel. Nog in 2007 baseerde regisseur Laurie Lynd haar Breakfast with Scot op eenzelfde sjabloon, om maar niet te spreken over de schatplichtigheid van beide aan semi-klassiekers als Corrina, Corrina en Mrs. Doubtfire. Want ondanks de immense verachting die Patrik voor zijn nieuwe adoptie-ouders tentoonspreid, kan iedereen voorspellen dat hij hen binnen anderhalf uur hartstochtelijk in de armen zal sluiten.

Regisseur Ella Lemhagen geeft de onvermijdelijke ontwikkeling die haar verhaalkeuze afdwingt niet zonder slag of stoot vrij. Haar personages belanden in een horrorsoap met een nadrukkelijk ‘eigen’ stempel: hoofdfiguur Gorän tracht zich met Patrik te verzoenen, maar manlief Sven gooit alles in de strijd om de jongen weg te krijgen. De stellingname drijft de echtgenoten uit elkaar, waarna Sven terugvalt op zijn alcohol- en rookverslaving en hij Gorän uiteindelijk verlaat voor een collega. Ten tonele verschijnt ook nog een kenau van Jeugdzorg die de kromheid van het adoptiebeleid totaal niet betreurt en verder figureert een zwaar asociaal gezin, woonachtig verderop in de straat, dat wel door de buren geaccepteerd wordt. Het moge duidelijk zijn waarom de lichte, komische toon van de plotbeschrijving gedurende de speelduur soms ver weg lijkt.

Hoe donker het verhaal ook kan worden, de frisse kleuren en aangename muziekjes van Patrik 1.5 zijn nooit ver weg. Patrik blijkt een meesterlijk tuinman en Sven komt terug bij Gorän in een zwoele happily-ever-after scène. Daar gaat het een beetje mis. Want hoewel we net als de regisseur graag willen geloven dat de heren in gezelschap van Patrik en een hond sprookjesachtig gelukkig samenleven, is dat slot te zoet voor de dosis realiteit die Patrik 1.5 bevat.


The Messenger


Wed, 14 Jul 2010 20:49:56 GMT

De laatste jaren worden we in filmland bijna doodgegooid met films over de intra-individuele gevolgen van een oorlog. Niet alleen zorgen deze gruweldaden voor veel expliciet leed en verderf, ook de psychologische gevolgen voor de betrokkenen zijn vaak niet te onderschatten. Het leven gaat gewoon verder en wanneer de soldaten terug thuis zijn, is hun kijk op het leven zodanig veranderd dat ervan genieten onmogelijk geworden is. Ze stuiten dan vaak op onbegrip van hun vrienden en familie en belanden in een gat vol frustratie en zelfmedelijden. Het is reeds bewezen dat dit af en toe sterke films oplevert, met als beste voorbeeld Clint Eastwood’s Gran Torino. Vaak verzanden dergelijke films echter in een sentimenteel melodrama zonder diepgang.

The Messenger

Om The Messenger nu meteen op het niveau van Eastwood’s anti-oorlogsportret te plaatsen gaat wat ver maar het niveau van Oren Moverman’s film ligt zeker niet veel lager. De Oscar-nominaties voor Beste Originele Screenplay en Beste Mannelijke Bijrol (Woody Harrelson) lieten dan ook al het beste vermoeden en daar is niets van gelogen. Dit is zo een typische acteursfilm waarin vooral zij de film dragen en de onopvallende regie ondergeschikt is aan het overbrengen van de verhaallijn. Origineel is het verhaal eigenlijk niet echt zoals in de inleiding al duidelijk werd. Toch wordt er een extra aspect aan toegevoegd door ook te focussen op de job die de hoofdrolspelers krijgen toegewezen: de familieleden op de hoogte brengen van het droevige overlijden van hun dierbaren. Ook de bijzondere relatie tussen Will en Tony geeft de film toch een extra laag mee waardoor het toch allemaal wat dieper gaat dan het doorsnee oorlogsdrama.

De cinematografie in de film valt eigenlijk nauwelijks op. Dit geeft aan dat het zeker niet erg goed of speciaal was maar ook helemaal niet slecht. Vaak is dit echter een goed teken aangezien alles in teken staat van het overbrengen van de thematiek en de aandacht moet uitgaan naar het spel tussen de acteurs. Cruciaal hierbij is natuurlijk dat de vertolkers van de personages geloofwaardig en realistisch overkomen en dat is gelukkig het geval. Dit maakt de film dan ook nog harder en indrukwekkender dan hij al is. Het is zeker geen film waarin veel gebeurt en het draait dan ook vooral rond de dialogen en misschien wel vooral: de pijnlijke stiltes…

Toch is het niet allemaal perfect wat Moverman op het scherm tovert. Zo is de verhaallijn helaas niet zo heel geloofwaardig en wordt de film af en toe saai, zeker naar het slappe einde toe. Het is ook jammer dat de boodschapper-verhaallijn al snel naar de achtergrond verdwijnt en het iets te veel een standaard verwerkingsdrama wordt. Dit was de originaliteit van de film toch wel ten goede gekomen. The Messenger is echter zeker geen slechte film en weet vooral te overtuigen door bijzonder sterk acteerwerk van iedereen. Ook vervalt de film niet in vals-sentimentele Hollywood toestanden zoals vaak bij gelijkaardige films. Iets meer subtiliteit en originaliteit was echter nodig om te kunnen spreken van een echt sterke film maar als onderhoudend oorlogsdrama is The Messenger zeker een goede optie.


Adrift


Mon, 28 Jun 2010 21:41:28 GMT

Het communistische Vietnam staat er nu niet meteen om bekend een productief filmland te zijn. Toch zijn ze erin geslaagd om in de jaren 90 één van de beste Aziatische films ooit te produceren, genaamd Xich Lo van regisseur Anh Hung Tran. Als ze op het Internationaal Filmfestival van Rotterdam deze Adrift aanprijzen als de beste Vietnamese film sinds Xich Lo, wordt de interesse van menig filmliefhebber natuurlijk gewekt. Dat het ook nog eens de prijs voor internationale filmkritiek wist weg te kapen in Venetië doet daar natuurlijk allesbehalve afbreuk aan.

Adrift

Adrift speelt zich af in Hanoi, de hoofdstad van Vietnam, waarin zich een passioneel liefdesverhaal voltrekt. Duyen staat op het punt te trouwen maar beseft dat haar toekomstige man eigenlijk niet de ware Jacob is. Dit wordt nog eens extra benadrukt door een totaal passieloos huwelijk waarbij het ook daarna duidelijk wordt dat deze man te kinderlijk is voor de volwassen Duyen. Beiden komen echter in contact met andere personen waardoor ze beginnen na te denken over het nut van hun relatie en zelfs hun geaardheid.

Het decor voor de film is de bruisende en chaotische stad Hanoi. De toon is meteen gezet en de context is zeker verrijkend voor de sfeer van de film. In het eerste deel zien we hoe de relatie stilaan op de klippen loopt maar dit wordt gepresenteerd zonder noemenswaardige gebeurtenissen. Vele kijkers gaan dit associëren met saaiheid en gaan zich afvragen wanneer er nu eindelijk iets gaat gebeuren. Wel… Ook in het tweede luik van de film, zet deze werkwijze zich gewoon verder. Adrift is dan ook vooral een sfeerschets en een slice-of-life die doet denken aan de films van de Taiwanese regisseur Hsiao-hsien Hou. Dat is zeker een compliment, al wordt het niveau van pakweg Café Lumière nergens gehaald.

Thematisch is deze film zeker gedurfd. Rekening houdend met de conservatieve aard van het communistische regime in Vietnam, is het opmerkelijk te noemen dat een film over seksuele miscommunicatie en zelfs lesbische gevoelens, door de censuur is geraakt. De uitwerking van dit thema is zeer behoorlijk te noemen en de film vertaalt de ingehouden emoties van de protagonisten geslaagd naar het scherm.

Het audiovisuele aspect van Adrift is zonder meer gemiddeld te noemen. Het stoort nergens maar de kijker kan ook nooit verdrinken in mooie beelden en muziek. Ook het matige script was zeker voor verbetering vatbaar aangezien het verhaal soms enerzijds te onduidelijk is en anderzijds te opvallend geconstrueerd. Gelukkig slaagt de film er wel in om te eindigen met een positieve en kwalitatieve noot. Kortom, Adrift is een verdienstelijke poging met vooral een interessante thematiek maar weet niet op alle aspecten te overtuigen. Een vergelijking met het meesterwerk van Tran verdient deze film dan ook niet, daarvoor is deze poging van regisseur Chuyên Bui Thac te onevenwichtig.


Sauna


Mon, 28 Jun 2010 20:16:34 GMT

De Europese horrorscène maakte de laatste jaren een serieuze stap voorwaarts. Toonaangevend zijn, zoals wel te verwachten is, vooral de grotere filmlanden zoals Frankrijk, Spanje en Groot-Brittannië. Toch zien we ook enkele kleinere landen in de filmwereld hun steentje bijdragen waaronder nu dus ook Finland kan worden geschaard. Buiten de regisseur Aki Kaurismäki is er eigenlijk geen enkele filmmaker die erg bekend is in het buitenland. Nu zie ik daar met Sauna ook niet zo snel verandering in komen, toch zal dit bij de fans van het genre wel eens erg in de smaak kunnen vallen.

Sauna

Sauna is namelijk een horrorfilm maar wel eentje die gebruik maakt van een redelijk unieke benadering. Er wordt namelijk niet alleen gebruik gemaakt van de typische bovennatuurlijke horror-elementen, ook worden er geschiedkundige elementen doorheen geweven. Het verhaal speelt zich af een goede 400 jaar geleden al is er weinig aan de setting dat deze tijdperiode extra reflecteert. Toch is de locatie van ontzettend groot belang en is het één van de sterkste punten van de film. Het decor voor deze horrorfilm zijn namelijk de bossen in Karelië, het gebied tussen Finland en Rusland. Het verhaal begint met twee verschillende groepen Finnen en Russen die op pad worden gestuurd om de grens tussen beide landen vast te leggen. Nadat ze daarvoor een echte oorlog uit hebben gevochten, komen beide teams ook nu niet echt goed overeen.

Eén van deze teamleden is de Fin, Erik, die er op het eerste gezicht heel normaal uitziet maar eigenlijk een moordlustige en meedogenloze strijder is. Hij is dan ook degene die ervoor zorgt dat de zaken echt uit de hand lopen. Dit personage wordt overigens perfect vertolkt door Ville Virtanen die de film hierdoor al meteen van een zeer sterke ruggengraat voorziet. Ook visueel is de film erg verzorgd en wordt er vooral gebruik gemaakt van hele donkere kleuren waardoor de mysterieuze sfeer alleen maar in de hoogte wordt gestuwd. Ook de soundtrack doet zijn duit in het zakje. Soms door het gebruik van vervormde geluiden, soms met bijzonder goed gekozen sfeerversterkende muziek.

Audiovisueel is de film dan ook dik in orde. De verhaalstructuur is echter niet altijd even goed. Zowel in het begin als op het einde wordt de kijker eigenlijk in het ongewisse gelaten. Vaak is het goed om niet teveel prijs te geven maar een iets minder vage uitwerking had de film misschien wel goed gedaan. Zeker omdat het basisgegeven zelf eigenlijk heel rechtlijnig is. Ook ontbeert het de film aan een echte climax waardoor het af en toe wat teveel voortkabbelt zonder echt een duidelijke richting uit te gaan. Een echt hoge score blijft dan ook uit maar Sauna is zonder twijfel een geslaagde horrorprent die geen gebruik maakt van bloederige toestanden maar wel van een luguber verhaal en vooral bakken vol sfeer.


Funuke


Mon, 14 Jun 2010 10:08:25 GMT

De Japanse filmindustrie is er in de jaren 2000 met enige constante in geslaagd om telkens maar opnieuw kleine meesterwerkjes uit te brengen. Soms gaat het dan zelfs om een debuutfilm, met als beste voorbeeld Tokyo.Sora van Hiroshi Ishikawa die voor mij als één van de beste Japanse films ooit mag worden beschouwd. Ook Funuke is zo een debuutfilm uit Japan van de regisseur Daihachi Yoshida en ondanks dat de film al uit 2007 stamt en nog steeds geen grote faam heeft verworven, is ook dit debuut zonder meer de moeite waard.

Funuke

Eén van de meest bekende en ook beste regisseurs uit Japan is Hirokazu Koreeda, die één jaar later de film Still Walking regisseerde. Ik haal deze film aan omdat de gelijkenis met Funuke verhaaltechnisch gezien erg groot is. In beide films wordt er namelijk gebruik gemaakt van een tragische gebeurtenis om een gebroken familie weer bij elkaar te brengen. Yoshida laat in Funuke de ouders van de familie Wago op gruwelijke wijze overlijden waarna de overgebleven gezinsleden samenkomen om het verdriet te verwerken. Net als in Still Walking wordt al snel duidelijk dat deze personen totaal vervreemd zijn van elkaar maar waar Koreeda’s film in hoofdzaak een drama blijft, gaat Yoshida hier overduidelijk een stapje verder.

Hij gebruikt namelijk de tragische gebeurtenis als kapstok voor het portretteren van de bizarre familie en voegt een stevige scheut humor toe aan het verhaal. Op deze manier ontstaat er voor de kijker een heel duaal gevoel door het contrast dat gecreëerd wordt tussen de twee verschillende werelden van tragedie en komedie. Een film die dit ook tracht te doen maar dan zwaar buiten de lijntjes kleurt en daardoor volledig ontspoort is Takashi Miike’s Visitor Q, maar deze film gaat gelukkig niet die kant op. Als er al een vergelijking getrokken kan worden met een andere film is het misschien wel The Taste of Tea van Katsuhito Ishii, met name door de vreemde gebeurtenissen binnen een familie. Toch doet ook deze vergelijking de film te kort en kan Funuke uniek genoemd worden in deze geslaagde combinatie.

De film ziet er overigens ook nog eens geweldig uit met mooi camerawerk en voornamelijk heel lichte kleuren die het dramatische aspect van de film mee helpen te nuanceren. De soundtrack zorgt voor een gelijkaardig effect en brengt de film ook heel wat sfeer bij. Ook het acteerwerk verdient zeker een pluim met als belangrijkste contributies die van Nagase maar vooral van Nagasuka. De rol die deze laatste vertolkt zorgt namelijk ook voor de grootste inbreng van humor waardoor de film nergens te zwaar wordt. Toch gaat deze film niet bij iedereen werken doordat de personages niet veel diepgang lijken mee te krijgen, iets wat in bijvoorbeeld het bovengenoemde Still Walking wel het geval was. Voor mij werkte deze zwarte komedie echter wel en had ook de dramatiek nog steeds zijn impact. Unieke film die een moeilijk thematiek op een geslaagde manier weet te brengen.


Pickpocket


Thu, 10 Jun 2010 20:40:19 GMT

Robert Bresson is zonder twijfel een van de meest bijzondere en radicale regisseurs uit de geschiedenis. Hij verlangt namelijk van zijn acteurs dat zij vooral niet doen wat normaal van hen verwacht wordt, namelijk acteren. Zijn minimalistische stijl kenmerkt zich door personages die vooral geen emoties vertonen, wat een grotere autonomie voor de kijker tot gevolg heeft. Het in 1959 verschenen Pickpocket is hier alvast een perfect voorbeeld van.

Pickpocket

Bresson schotelt ons in Pickpocket een verhaal voor met een duidelijk existentieel karakter. Het hoofdpersonage Michel weet niets beter met zijn leven aan te vangen dan te vervallen in een neurotische zakkenroller. Hij doet dit echter niet uit geldnood of winstbejag maar louter voor de actie zelf. Op literair vlak zijn er duidelijke parallellen te vinden met Raskolnikov, het hoofdpersonage uit Misdaad en Straf van Fjodor Dostojevski. Beide personages zijn totaal vervreemd van de maatschappij en als buitenstaanders op zoek naar verlossing. Voor Michel lijkt de liefde alvast een mogelijkheid te bieden om dit miserabele leven vaarwel te zeggen.

De filmtaal die Bresson hanteert in deze film kan bijna een blauwdruk worden genoemd van zijn idealen. Michel en ook de andere personages vertonen nauwelijks emoties en het is aan de kijker om deze hiaten op te vullen. Zo kan iedereen voor zichzelf uitmaken wat het personage op een bepaald moment denkt of voelt. Pickpocket is alleen al interessant voor de manier waarop het zakkenrollen in beeld wordt gebracht, uiterst minimalistisch maar met een geweldige onderhuidse spanning. Zoals Bresson wel vaker doet, focust de camera vaak net niet op de actie maar op de façades en lichaamsonderdelen van de karakters. De steelscène tijdens het paardenrennen vormt dan ook een klassiek voorbeeld van wat Bresson omschrijft als: “de kracht van de beelden ligt net vooral in wat we niet zien en de kijker zijn scheppend vermogen kan aanwenden voor wat hij denkt te zien”.

Als experiment voor een dergelijke visuele illusie is Pickpocket dan ook zonder meer geslaagd. Helaas zal deze radicale werkwijze zeker niet bij iedereen in de smaak vallen. Door het gebrek aan emoties en vooral duidelijke motivaties voor de handelingen van de personages, bestaat de kans dat de film als bijzonder afstandelijk en ongrijpbaar wordt ervaren. Ook het te gemakkelijke en daardoor ongeloofwaardige karakter van de steelscènes tast de kwaliteit van de film in negatieve zin aan. Voor degenen die zich laten meevoeren door dit ogenschijnlijk kil en emotieloos verhaal, wacht een mooie beloning. Want Pickpocket herbergt onder die kale oppervlakte een diep en passievol verhaal, hetzij enkel toegankelijk voor de filmliefhebber die erin slaagt door de moeilijke Bresson-stijl heen te bijten.


Procès de Jeanne d'Arc


Thu, 10 Jun 2010 14:32:11 GMT

In de recensie van Pickpocket werd er nog gefocust op het emotieloze karakter van Bresson’s films en een van de redenen voor deze werkwijze betreft zijn voorkeur om de kracht van de beelden aan te wenden. Cinema ontstaat door camerawerk en montage en niet door toneelmatig acteren. Een vaak gehoorde kritiek op de man’s werk gaat over het louter formalistische karakter van de films. Vorm boven inhoud als het ware. Dat zijn films veel nadruk leggen op de stijl klopt zonder meer maar het is net door het geslaagd gebruiken van die stijl om de inhoud over te brengen dat er goede films uit voortvloeien.

Procès de Jeanne d'Arc

Het verhaal van Jeanne d’Arc kent ondertussen iedereen wel. Zij wordt beschuldigd van blasfemie aangezien ze verkondigd had dat Sint-Michael voor haar verschenen was. Tijdens een lang en zenuwslopend proces wordt ze gedwongen te bekennen zodat ze haar op de brandstapel kunnen gooien. Bresson’s film houdt zich enkel bezig met dit proces en is gebaseerd op officiële transcripten van het echte proces. De korte speelduur, slechts 65 minuten, zorgt ervoor dat dit kan zonder saai en eentonig te worden.

Over het algemeen wordt deze film niet als een van de beste uit Bresson’s carrière aanzien. Toch is het verhaal van Jeanne d’Arc een logische keuze aangezien zij, net als veel andere hoofdpersonages van Bresson, overmand is door eenzaamheid, (on)schuld en boetedoening. Ook in deze film komt zijn typische stijl weer naar voren. Kil, emotieloos en beelden die focussen op details. Er is geen muziek te bespeuren en aldus weinig ruimte voor emotionele identificatie met de personages. Dit zakelijke karakter van de film past echter wel degelijk bij dit verhaal en het maakt het voor de kijker nog zwaarder dan het al is.

Toch valt het enigszins te begrijpen waarom deze film geen grote status heeft verworven in de filmgeschiedenis. Eerst en vooral wordt de film natuurlijk telkens vergeleken met de uit 1928 stammende film, La Passion de Jeanne d’Arc van de regisseur C.T. Dreyer. En het is nu eenmaal moeilijk om daarmee te moeten concurreren want Dreyer’s meesterwerk is zonder twijfel een van de meest indrukwekkende (stille) films ooit. Een ander aspect dat ook in het nadeel speelt van Bresson’s film is zijn moderne uiterlijk. Voor een film die zich afspeelt in de 15e eeuw is dat natuurlijk nefast voor de beleving. Het kale en haast decorloze karakter van Dreyer’s film zorgt ervoor dat de film haast tijdloos oogt en daardoor wordt dit euvel vermeden. Toch is ook Procès de Jeanne d’Arc een sterke film met name door de typische beeldtaal en komt het einde bijzonder hard aan. Verlossing met een bijzonder wrange nasmaak, perfect weergegeven door Bresson’s functioneel formalisme.


The Red Riding Trilogy


Mon, 07 Jun 2010 20:07:54 GMT

Wat krijg je als je de crème de la crème van de Britse acteerwereld koppelt aan een aantal uitstekende Britse regisseurs en die laat stoeien met het fascinerende verhaal van het plaatsje Yorkshire, in de tijd dat de Yorkshire Ripper er rondliep? Juist, de Red Riding trilogie. Een Britse filmtrilogie die behoort tot de beste misdaadthrillers die de Britten ooit hebben voorgebracht.

The Red Riding Trilogy

Red Riding is een trilogie gebaseerd op de boeken van de Britse schrijver David Pearce. Zijn deels fictieve en deels op feiten gebaseerde verhaal laat het corrupte en van machtsmisbruik aan elkaar hangende politieapparaat van Yorkshire zien, van midden jaren zeventig tot midden jaren tachtig. Een plaatsje in het noorden van Engeland waar de slogan van de politie iedere keer als het glas geheven wordt is: “To the North, where we do what we want.”

Het is ook deze plaats Yorkshire die meer nog dan de indrukwekkende cast, de hoofdrol speelt in deze misdaadthriller. Zoals bijvoorbeeld Michael Mann het eerder deed in Heat met Los Angeles en Woody Allen van Manhatten een bijna levend personage maakte, zo weten de drie regisseurs Julian Jarrold, James Marsh en Anand Tucker van het troosteloze en treurigstemmende Yorkshire een personage op zich te maken.

Een ontzettend ambitieus project, anders valt de Red Riding trilogie dan ook niet te omschrijven. Dat het uiteindelijk zo’n prima eindresultaat heeft opgeleverd heeft meerdere oorzaken. Belangrijkste pluspunt is zonder twijfel de indrukwekkende cast. Sean Bean, Paddy Considine, Sean Harris en aanstormend talent Andrew Garfield, allemaal hebben ze zich verenigd in deze film en allemaal excelleren ze op hun eigen manier.

De Red Riding trilogie is dan ook veel meer dan een filmreeks die het verhaal vertelt van de zoektocht naar de Yorkshire Ripper, de man die dertien prostituees op gruwelijke wijze ombracht. Sterker nog, de befaamde seriemoordenaar komt pas in het tweede deel überhaupt ter sprake en is zelfs dan slechts een subplot. Veel meer gaat de film over de zoektocht naar drie vermiste meisjes en de gang van zaken in het politiekorps van Yorkshire waar iedereen, iedereen kent en waar corruptie en machtsmisbruik aan de orde van de dag zijn.

Dat zorgt er voor dat deze trilogie absoluut geen film voor tere zieltjes is. De strijd van de verschillende eenlingen tegen het waarschijnlijk meest verdorven politiekorps aller tijden en haar sympathisanten gaat namelijk niet zonder slag of stoot en levert vooral heel veel frustratie, ergernis en boosheid op bij de kijker. De slechtheid van het politiekorps is schokkend en vooral de rol van Sean Harris als de in en in slechte Bob Craven is er één die het bloed onder je nagels vandaan haalt. Voeg daarbij nog enkele martelscènes die weinig aan de verbeelding overlaten en het moge duidelijk zijn dat de liefhebbers van feelgood films zich beter niet kunnen wagen aan deze filmtrilogie.

Dat laat echter niet onverlet dat er op het moment niets beters te vinden is op het gebied van misdaad en detective verhalen. Dat delen van dit verhaal gebaseerd zijn op feiten, maakt het alleen maar schokkender. Het doet je heel erg hopen dat de slogan van het huidige politiekorps van Yorkshire niet meer is: “To the North, where we do what we want.”


Kapò


Tue, 18 May 2010 13:25:10 GMT

Gillo Pontecorvo brak in 1966 wereldwijd door met zijn briljante The Battle of Algiers. Zeven jaar eerder maakt hij echter ook al het meer dan behoorlijke, zij het ondanks een Oscarnominatie voor beste buitenlandse film minder bekende, concentratiekampdrama Kapò. Deze film komt nu ruim vijftig jaar na dato eindelijk uit op dvd.

Kapò

Kapò vertelt het verhaal van het 14-jarige joodse meisje Edith. Tijdens een razzia in Parijs wordt zij opgepakt en komt terecht in een concentratiekamp. Dankzij de tussenkomst van een kamparts weet zij de gaskamers te ontwijken en zelfs op te klimmen tot Kapò. Een gevangene die de andere gevangenen in de gaten houdt.

Gillo Pontecorvo heeft er met Kapó voor gekozen om zich te richten op deze overgang van Joodse gevangene tot Kapò van het concentratiekamp. Een slimme keuze want al snel blijkt ook hier de grote kracht van de film te zitten. Het meisje dat haar ouders voor haar ogen heeft zien sterven en niets meer te verliezen heeft en plotsklaps een bevoorrechte positie krijgt is een ijzersterk uitgangspunt. Je voelt haar transformatie ruim van te voren aan komen en toch blijft het indrukwekkend om te zien hoe dit meisje reageert op deze plotselinge machtspositie.

Jammer genoeg weet Pontecorvo deze verandering niet helemaal perfect uit te buiten. De adaptatie van bange en hulpeloze gevangene tot een haar macht uitspelende bewaarder verloopt te snel en te abrupt waardoor deze omslag enigszins ongeloofwaardig overkomt. Bovendien durft Pontecorvo zijn hoofdrolspeelster ook niet echt onsympathiek te maken. Dat Edith een gewetenloze bewaarder is geworden merk je vooral aan de reacties van haar vroegere kameraden en veel minder aan haar daadwerkelijke gedrag.

Dat heeft er alles mee te maken dat het vanaf het begin overduidelijk is dat Edith uiteindelijk weer tot inkeer komt. Toch maakt deze voorspelbaarheid Kapò er nauwelijks slechter op. Dat komt onder meer door de uitstekende acteerprestatie van Susan Strasberg. Strasberg speelt ondanks haar 21-jarige leeftijd tijdens de opnames, prima een 14-jarig meisje dat door de omstandigheden gedwongen wordt te veranderen. Daarnaast is ook de soundtrack opvallend. De muziek lijkt in eerste instantie totaal niet bij de film te passen maar na een tijdje ga je er toch in mee. Het zorgt er voor dat Kapò een intrigerende karakterstudie is geworden en bovendien een film is die tot aan de indrukwekkende slotscène toe spannend blijft.


Terribly Happy


Mon, 17 May 2010 21:57:59 GMT

Als er gesproken wordt over de Deense filmwereld, kom je nogal snel uit bij Lars von Trier die zonder twijfel de meest bekende regisseur is uit dit Scandinavische land. Af en toe duiken er echter ook andere talenten op die hun neus aan het venster steken. Eén van deze opkomende filmmakers is Henrik Ruben Genz die, na twee kleinere films, in 2008 een film fabriceerde die ook bij ons in de arthouse filmzalen was te bewonderen. De kaft van de DVD-hoes maakt gewag van gelijkenissen met David Lynch en de Coen broeders en ik kan alvast verklappen dat daar niets van gelogen is.

Terribly Happy

Terribly Happy is een adaptatie van een roman van Erling Jepsen met dezelfde titel die op zijn beurt gebaseerd was op een waargebeurd verhaal. De film focust zijn verhaal rond een dorpje in Zuid-Jutland waar een verbannen agent zijn gedwongen intrede maakt na het maken van een cruciale fout bij zijn vorige werkgever. Deze agent, genaamd Robert, kwam uit de grootstad en werkt dan ook strikt volgens het boekje. Stilaan begint Robert te ontdekken dat dit dorpje helemaal niet zo normaal is dan het op het eerste gezicht lijkt. Beetje bij beetje komen er elementen boven die Robert er van overtuigen dat er meer aan de hand is en hij is dan ook vastberaden om alles tot in de puntjes uit de pluizen.

Bij het lezen van de plotbeschrijving zullen een aantal onder jullie een opvallende verhaalgelijkenis opmerken met de blockbuster Hot Fuzz uit 2007 maar daar heeft deze film niets mee te maken. Dit uit zich zonder twijfel in de uitwerking van het verhaal waarin het duidelijk wordt dat Genz goed gekeken heeft naar de manier waarop de Coens hun films presenteren. Een eerste opvallend aspect betreft de locatie die zich uitstekend leent voor het vertellen van dit beklemmende verhaal. Tevens zijn de acteerprestaties ook erg goed en geven ze de film een geloofwaardig karakter mee. Ook de beelden en soundtrack worden functioneel aangewend en duwen de sfeer de hoogte in.

De structuur van de film is nagenoeg perfect. Stap voor stap wordt Robert steeds meer in de omklemming van dit dorpje gezogen en ook de kijker maakt een gelijkaardige evolutie door. In het begin gaat dit dan ook gepaard met een aantal verrassingen en plotwendingen die zeker een leuke toevoeging zijn maar naar het einde toe gaat het gebrek hieraan zorgen voor enige verveling. Het feit dat de film geen echte climax kent, zal bij velen dan ook niet in goede aard vallen. Anderen gaan het subtiele einde dan weer bejubelen aangezien het de film voorziet van een mooie eindnoot. Hoe dat bij jou zit, moet je maar voor jezelf uitmaken want de film verdient eigenlijk voor iedereen wel een kans. En zeker als je houdt van de gekke personages van de Coens, de bizarre situaties van een Lynch en vooral een geweldige combo van elementen uit het western- en het horrorgenre. Laat je echter niet misleiden door de gelijkenissen. Terribly Happy is voldoende uniek en staat volledig op zijn eigen benen.


Robin Hood


Tue, 11 May 2010 22:01:00 GMT

De eerste samenwerking tussen Ridley Scott en Russell Crowe leverde de moderne klassieker Gladiator op. Geen wonder dus dat de verwachtingen voor Robin Hood torenhoog waren. Verwachtingen die niet helemaal waargemaakt worden. Daarvoor mist de film de frivoliteit en het jongensboekachtige gevoel dat altijd zo karakteristiek is geweest voor de inwoner van Sherwood Forrest.

Robin Hood

Robin Hood: De man die beter pijl en boog schoot dan ieder ander. De legende die samen met zijn vrienden Little John (Kleine Jan), Will Scarlet en Friar Tuck (Broeder Tuck) de bossen van Sherwood onveilig maakte. Maar bovenal de man die ongekend populair werd bij het volk omdat hij stal van de rijken en gaf aan de armen. Dat is vermoedelijk zoals het overgrote deel van de wereldbevolking Robin Hood kent en het is tegelijkertijd ook het eerste dat je moet loslaten voordat je de bioscoopzaal binnenloopt.

Ridley Scott heeft namelijk gekozen voor een radicaal andere insteek. Hij vertelt met Robin Hood, hoe Robin Longstride verandert in Robin Hood. Het verhaal achter de legende dus, en niet de legende zelf. Een invalshoek die vooral een stuk serieuzer van toon is en dat pakt heel behoorlijk uit. Want Russell Crowe mag dan een enigszins vlakke en saaie Robin Hood neerzetten, dit wordt volledig gecompenseerd door de bijrollen. Max von Sydow imponeert bijvoorbeeld als de edelman Sir Walter Loxley. De echte attractie van de film is echter zonder twijfel Mark Strong als de in en in slechte Godfrey. Deze ultieme bad guy steelt in werkelijk iedere scène de show en doet Alan Rickman (Sheriff of Nottingham) uit de vorige Robin Hood (1991) verfilming bijkans vergeten.

Daarnaast is Robin Hood ook visueel weer een plaatje. De veldslagen worden spectaculair weergegeven en de slow motions zien er bij vlagen prachtig uit. Dat Robin Hood toch een film is geworden die niet beklijft, komt vooral door de grimmige sfeer. De film mist het luchtige en komische van vorige Robin Hood verfilmingen en is verworden van een schaamteloos en jongensboekachtig avonturenverhaal tot een grimmige en serieuze film. Het sfeertje van de zorgeloos levende bandieten in de bossen van Sherwood wordt dan ook node gemist. Dat ook de pijl en boog een minder prominente rol speelt in het leven van onze hoofdrolspeler, is helemaal jammer.

Door al deze aanpassingen is Robin Hood dan ook nauwelijks meer als zodanig herkenbaar. Oké, zijn grote vrienden Friar Tuck en Little John zijn van de partij, en het is dat de hoofdrolspeler Robin Longstride of later Robin of Loxley heet. Maar het avonturenepos of beter gezegd veldslagenspektakel Robin Hood, had eigenlijk over ieder ander kunnen gaan. Tel daarbij op dat de love story tussen Robin Hood en zijn geliefde Marion (Cate Blanchett) behoorlijk cliché is en de rol van Marion in de climax van de film zelfs volkomen overbodig, en ook dit klassieke element uit de Robin Hood legende bezorgt de film weinig meerwaarde. Het zijn dan ook slechts de allerlaatste minuten van de film waarin het aloude Robin Hood gevoel weer even om de hoek komt kijken.

Na het zien van de film wekt het dan ook weinig verbazing dat Ridley Scott al een vervolg heeft aangekondigd. Deze nieuwe versie van het legendarische verhaal voelt namelijk vooral aan als een inleiding. Een nieuwe kennismaking met een oude held. Nooit breekt de film echt open en je hebt dan ook sterk het gevoel dat Scott en Crowe het echte werk opsparen voor een volgende keer. Het maakt van Robin Hood een vakkundig gemaakte en prima film, die echter door de mensen die een typische Robin Hood verfilming verwachten, met gemengde gevoelens ontvangen zal worden. Gelukkig is er ook voor hen dus goede hoop voor de toekomst.


Vincere


Thu, 22 Apr 2010 20:56:10 GMT

Regisseur Marco Bellocchio laat in Vincere op voortreffelijke wijze zien hoe volharding, eindeloze onverzettelijkheid en brandende passie uiteindelijk tot een krankzinnige wereld leiden. In een tijdperk waar kunst, media en politiek een veelbetekenende wending nemen in de Europese geschiedenis, etaleert Bellocchio het verhaal van Ida Dalser. De geheime liefde van Benito Mussolini, die met al haar passie niet kan voorkomen dat ze het slachtoffer wordt van een aanbrekende moderne tijd.

Vincere

Bellocchio besteedt gelukkig weinig aandacht aan het hoe en waarom achter het fenomeen Benito Mussolini. De film duikt meteen in de sferen van het opkomende fascisme en laat de roerige tijden van de Eerste Wereldoorlog voor zich spreken. De jonge Benito Mussolini wordt krachtig gespeeld door Filippo Timi en weet lust en honger naar macht te laten fonkelen in zijn ogen. Al deze lovende beeldspraak is gerechtvaardigd omdat Bellocchio met veel levendigheid de eerste acte van de film presenteert.

De theatrale protesten van Mussolini en zijn hartstochtelijke avonden met Ida Dalser (Giovanna Mezzogiorno), krijgen door de korte scènes met vloeiende muzikale overgangen een zweem van opera. Doordat Bellocchio meer de aandacht vestigt op beweging dan op dialoog. Met enkele momenten van triomfantelijk gezang, gecombineerd met archiefmateriaal uit het Mussolini-tijdperk, lijkt het alsof Bellocchio niet alleen in vorm maar ook in stijl ‘declameert’ hoe het fenomeen Mussolini tot stand komt.

Ida Dalser wordt neergezet als een tragische heldin. Ze hield van Benito Mussolini nog voor dat Italië hem vereerde. Zij gaf haar leven, en verkocht haar inboedel om de ambitie van de jonge Mussolini te financieren. Met zijn eigen krant Avanti! zette hij de eerste stap naar een socialistisch Italië. Hun passionele relatie raakt opgebroken door de Eerste Wereldoorlog, en hervinden elkaar pas jaren later in een oorlogshospitaal. Ze treft hem daar aan al starend naar het plafond, waar een film wordt geprojecteerd met Jezus in close-up. De iconische rol die hij later als Il Duce zal aannemen, wordt hierbij prachtig gesuggereerd. Bellocchio kruipt hier bijna ongemerkt over naar een meer filmische en melodramatische toon.

Op dat moment ontmoet Ida ook de nieuwe vrouw van Mussolini, en duidelijk wordt dat zij nooit meer aan de zijde van Benito zal mogen staan. In ongeloof blijft ze strijden voor haar rechten als ‘vrouw van’. Haar volharding doet Mussolini beslissen haar op te sluiten in het gekkenhuis. Het enige contact wat ze dan nog heeft met Mussolini, is via de portretten van hem die overal hangen, de radio, de krant en de bioscoopjournaals. Ida’s ongezonde overtuiging brengt ze ook over op haar zoon Benito Albino. Hij, hoewel erkend door Mussolini, zal ook ten onder gaan aan de waanzin van het tijdperk van Il Duce.

Vincere tekent als film misschien nog meer een tijdperk van ongekende moderniteit dan een portret van Mussolini. Ida’s blinde geloof dat Mussolini uiteindelijk voor haar zal kiezen staat mooi in een parallel verband met het blinde vertrouwen dat Mussolini via zijn multimediale propaganda wist te creëren onder het Italiaanse volk. Hij bespeelde als eerste dictator heel kundig zijn achterban via de media en kunst. Politiek had in zijn regime alles te maken met beeldvorming. Imago is beeldvorming, en beeldvorming is media.

Bellocchio heeft er voor gekozen om in dit tweede gedeelte van de film de originele Mussolini via de archiefbeelden zijn eigen rol te vervullen. Filippo Timi lijkt in de verste verte niet op Mussolini, maar Bellocchio weet de overgang van een intieme relatie tussen Ida en een jonge Benito naar een afstandelijk politiek icoon (Il Duce) heel kundig te brengen. Een film die absoluut de moeite waard is, alleen al om te zien wat film betekende voor mensen begin twintigste eeuw.


Micmacs à Tire-larigot


Mon, 19 Apr 2010 21:22:44 GMT

De Franse regisseur Jean-Pierre Jeunet is bij het grote publiek natuurlijk vooral bekend van zijn sprookjesachtig mooie film over Amélie Poulain. Dat hij daarvoor ook al actief was als maker van een aantal visuele pareltjes met een fantasierijke inhoud is bij de meesten minder geweten. Zijn laatste film, Un Long Dimanche de Fiançelles, ging jammer genoeg ten onder door zijn opvallende gelijkenis met zijn grote succesfilm. Ik kan alvast verklappen dat Micmacs meer teruggrijpt naar de begindagen en de gekende typische Jeunet-stijl is dan ook volop aanwezig.

Micmacs à Tire-larigot

De titel van de film, Micmacs à Tire-larigot, is al een eerste opvallend element want het is Franse spreektaal voor iets als “een grote puinhoop”. Hiermee wordt al meteen de chaotische aard van de film uit de doeken gedaan zonder nog maar een fragment gezien te hebben. Het draait in de film vooral rond Bazil, wiens vader stierf bij het onschadelijk maken van een bom in Marokko. Bazil wordt gedwongen tot een bestaan in een weeshuis aangezien zijn moeder door deze gebeurtenis volledig gek werd. Een hele tijd later werkt Bazil in een videotheek waar hij getuige is van een schietpartij. Voor hij het goed beseft, wordt ook hij getroffen door een kogel in zijn hoofd. De dokters raden hem aan om de kogel te laten zitten want een verwijdering zou waarschijnlijk leiden tot een totale verlamming. Bazil verliest echter zijn job maar is vastbesloten om wraak te nemen op de firma’s die de wapens maken die zijn leven tweemaal ingrijpend veranderden. Bazil staat er echter niet alleen voor…

Het wraakverhaal oogt op het eerste zicht waarschijnlijk serieuzer dan de wijze waarop de film het weet te brengen. Eerst en vooral schotelt deze film ons opnieuw de visuele Jeunet-wereld voor waarvoor hij zo gekend is. De decors zijn erg verzorgd en het kleurgebruik bijzonder mooi. Ook het camerawerk verdient zeker een vermelding door de functionele tracking-shots die vele scènes begeleiden. Het leukste uit de film zijn zeker en vast de kleine, low-tech speelgoedjes die vaak gebruikt worden om zijn wraak tot een goed einde te brengen. Dit in combinatie met de ingenieuze plannetjes van zijn zwervende vrienden zorgen meermaals voor ontzettend grappige situaties. De film balanceert uiteindelijk op een samenspel tussen subtiele satire, geinige dialogen en pure slapstick comedy.

Verder heeft Micmacs ook zijn mierzoete momenten die doen terugdenken aan Amélie maar een vergelijking met Jeunet’s eerste film Delicatessen is hier meer op zijn plaats. Door de toevoeging van een donker randje weet de film een mogelijke val in pure sentimentaliteit mooi te omzeilen. Voor emotionele ontwikkelingen en diepgang moet je duidelijk niet bij deze film zijn. De personages zijn allen pure typetjes maar zijn perfect gebracht door deze groep acteurs en ze nemen je volledig mee naar de wereld van de film. Micmacs à Tire-larigot weet echter zonder twijfel te overtuigen door zijn visuele kracht, perfecte tempo en spannende verhaaltje. Het script is echter zeker niet het interessantste aspect maar de film heeft dan ook niet die pretentie. Honderd minuten topvermaak met een ongekende cinematografische kracht.


Kick-Ass


Thu, 15 Apr 2010 14:09:51 GMT

Iedereen heeft er wel eens over gefantaseerd een superheld te zijn. Met al die miljarden mensen op aarde, waarom heeft nog nooit iemand het gewoon gedaan? Het is een terechte vraag die doorsnee middelbare scholier David zich in Kick-Ass afvraagt. Het is dus ook volkomen begrijpelijk dat er een strip werd gemaakt rond dit sterke uitgangspunt, het is even begrijpelijk dat Matthew Vaughn daar vervolgens een film over wilde maken. Maar hoe logisch is het dat Kick-Ass zo grof, zo grappig en zo goed is?

Kick-Ass

Doorsnee tiener Dave Lizewski is een stripfan die besluit zijn obsessie als inspiratie te gebruiken en zelf een superheld te worden. Zijn redenering: je hoeft geen superkrachten te hebben om mensen te redden en de wereld een beetje beter te maken, lef en doorzettingskracht zijn genoeg. Zoals een echte superheld betaamt, kiest hij een nieuwe naam, het wordt Kick-Ass. Hij koopt op internet een flitsend pak met masker en gevechtsstok en is zo klaar om de misdaad te bestrijden. Hij is echter nog maar amper begonnen of hij ligt in het ziekenhuis. Gelukkig voor hem, de film en de kijker komen de wel goed getrainde Big Daddy en Hitgirl hem te hulp.

Wat te verwachten van een film waarvan de personages zich superhelden noemen, in belachelijke pakken lopen en cheesy namen hebben? Een logische vraag, maar de makers hebben een sterk uitgangspunt gekozen en hebben bovendien een geniale combinatie gevonden van hilarische humor en keiharde actie. Voeg daar een meesterlijke soundtrack aan toe en je hebt een hit.

Toch hadden de makers veel moeite om een budget los te krijgen. De elfjarige Hitgirl is namelijk niet alleen een koelbloedige moordmachine, ook haar taalgebruik is niet helemaal wat je mag verwachten van een klein, blond meisje met paardenstaarten. In Nederland zal haar personage vanwege de ridicuulheid juist de meeste waardering krijgen, in Amerika ziet men alleen de ernst van de zaak. Misschien is dat ook niet zo vreemd, want Kick-Ass mag dan voornamelijk een parodie zijn op alle superheldenfilms. Met openlijke verwijzingen naar striphelden als Spiderman en films als The Dark Knight. De film bevat ook zeker een kritische ondertoon, over onder andere thema’s als de waarde van een internetidentiteit in onze samenleving en opvoeding.

De film doet dit echter precies subtiel genoeg zodat het wel aanwezig is maar de pret niet drukt. Kick-Ass beleef je met een glimlach van begin tot eind en het is flauw, makkelijk, cliché en simpel, maar helemaal in de trend van Kick-Ass: Kick-Ass is gewoon Kick-Ass. Geloof me: dit wil je meemaken!


Clash of the Titans


Thu, 08 Apr 2010 16:15:25 GMT

Laat me deze recensie beginnen met een waarschuwing. Eentje die u geld bespaart. Ga het heldenepos Clash of the Titans gewoon in die zalig ouderwetse twee dimensies kijken waar mogelijk. De driedimensionale vertoning is een lachertje op zijn best.

Clash of the Titans

Net als Alice in Wonderland is deze film niet met 3D-camera’s gefilmd, maar zijn de effecten er pas in de post-productie aan toegevoegd. Een ietwat simpele manier om de kijker te behagen, maar niet per se slecht. Bij Alice werd er bijvoorbeeld al vanaf de eerste dag rekening gehouden met een extra dimensie en dus met extra diepte in het frame. Voor Clash of the Titans daarentegen werd er pas op het allerlaatste moment besloten een graantje mee te pikken met deze hype.

Dat betekent slechte effecten. Niet per se slechte computereffecten, ook al zien die er in deze film ook niet altijd even mooi uit. Maar drie dimensies zagen er zelden zo tweedimensionaal uit. Dat is logisch, want de film is geschoten voor 2D. Dus nogmaals: houdt het lekker bij de normale bioscoopversie. Of wellicht beter, bekijk geen enkele versie, want Clash of the Titans is naast de misleidende succesformule van 3D-effecten gewoon een slechte film.

Zo had een beetje opbouw de film geen kwaad gedaan. We leren Perseus kennen, een wees die zijn stiefouders ziet verdrinken door toedoen van de god Hades. Hij zint op wraak en moet tijdens zijn wraak ook nog even een prinses redden. Dat zijn zo ongeveer de motieven van de film, maar een band krijgen we met Perseus nooit. En al helemaal niet met het groepje randpersonages dat hem op zijn tocht bijstaat. Wellicht was het de bedoeling om met 3D de illusie van narratieve diepgang te creëren, maar het gemis aan inhoud is zo groot dat het niet genegeerd kan worden.

Neem nou eens een film als 300. Die valt een beetje in dezelfde categorie: spierballen, geweld, mythische wezens, slechte oneliners. Ofwel topvermaak. Het grote verschil tussenbeide is dat Clash zich zo verschrikkelijk serieus neemt. En dat terwijl de inhoud, net als die van 300, zo debiel gepresenteerd wordt dat er helemaal niets serieus te nemen valt. Er is niets mis met no-nonsense actie en daarom heet het ook zo. No-nonsense. Waarom wordt er dan zo vaak toch nog nonsense toegevoegd? In deze film groeit de ernst op een gegeven moment zo scheef van de onzin dat de emotionele scènes enkel nog irritatie opwekken.

Ook de grote troef van de prent stelt teleur. De actie is simpwel matig. Regisseur Louis Leterrier presenteert ons niets wat we nog niet zagen en verpakt dat in dikwijls lelijke computereffecten bovendien. Zonde, want de film is zo’n beetje gebouwd op de animaties van grote en mythische wezens die het onze held lastig moeten maken. In zijn vorige film, The Incredible Hulk, liet de filmmaker nog zien wel een grote popcornblockbuster te kunnen maken. Een meesterwerk was dat niet, maar vermakelijk toch zeker. Spijtig dat Clash op zoveel fronten niet weet te slagen.


Stellet Licht


Tue, 30 Mar 2010 10:21:39 GMT

Stellet Licht van de controversiële regisseur Carlos Reygadas behoort tot de resem films die het publiek duidelijk in twee kampen onderverdelen. De één vindt het prachtig en effectief terwijl de andere de traagheid van de film associeert met een hoge mate van saaiheid. De film slaagde er dan ook niet in om de Gouden Palm weg te kapen op het Filmfestival van Cannes maar werd wél bekroond met de juryprijs. Een bewijs dat dit meer voer is voor de echte cinefielen dan voor de grote massa.

Stellet Licht

In tegenstelling tot zijn vorige (s)expliciete films, Japón en Batalla en el Cielo, is deze prent een stuk braver van aard. In Stellet Licht maken we kennis met een zeer religieuze gemeenschap gesitueerd in het noorden van Mexico. Deze mennonieten leven volgens de strenge normen en waarden opgelegd door hun traditionele geloof. In deze context krijgen we een typisch familiedrama voorgeschoteld waarin een man verliefd wordt op een andere vrouw terwijl hij nog getrouwd is. Bovendien is hij reeds vader van zes kinderen. Hoewel het in het begin nog lijkt te lukken, wordt het steeds moeilijker voor de man om zijn onderdrukte gevoelens verborgen te houden.

Het naakte verhaal is duidelijk standaard en lijkt zo te zijn gejat uit een doordeweekse soap. Gelukkig blijkt maar weer eens dat de uitwerking van het gegeven vaak belangrijker is dan het gegeven zelf. Tussen een ellenlange zonsopgang en -ondergang speelt zich namelijk een tafereel af dat de kijker volledig meeneemt naar een andere wereld. Dit effect wordt gecreëerd door een sublieme openingsscène waarin je een minutenlange zonsopgang krijgt voorgeschoteld die je meteen in trance brengt. Daarna voltrekt zich eigenlijk een kaal verhaal met ogenschijnlijk weinig echte gebeurtenissen. Dagdagelijkse situaties wisselen zich af met overpeinzende ouders en spelende kinderen. Het is echter de voortdurend aanwezige onderhuidse spanning die ervoor zorgt dat de kijker in de film wordt gezogen.

Het tempo in de film is bijzonder laag waardoor de film zeker geen product voor de massa is. Het zorgt er echter wel voor dat de kijker volledig wordt ondergedompeld in de film net zoals bijvoorbeeld Béla Tarr en Terrence Malick dat zo voortreffelijk doen. De cameravoering is zeer sterk en bijzonder effectief met als hoogtepunt de haar-was scène in het nabije meer. Ook het kleurgebruik mag er zeker wezen. Een soundtrack is er nauwelijks behalve dan geluiden die ook echt in de film zitten maar ook hier weer werkt dit bijzonder goed. Ondanks dat Stellet Licht zeker gebruik maakt van materiaal uit andere films en dit zowel stilistisch als thematisch (Ordet van C.T. Dreyer), drukt Reygadas zonder twijfel zijn eigen stempel op het werk. En hoewel de religieuze context eigenlijk weinig functie heeft binnen het verhaal, is de film als geheel toch meer dan geslaagd. Stellet Licht is dan ook één van de betere films uit 2007 en torent, wat mij betreft, samen met Zvyagintsev’s Izgnanie huizenhoog boven de concurrentie uit.


De Helaasheid der Dingen


Tue, 23 Mar 2010 12:57:58 GMT

Na het speelse maar wisselvallige Steve+Sky en het al consistentere Dagen zonder Lief, kwam regisseur Felix van Groeningen een jaar geleden aanzetten met een verfilming van De Helaasheid der Dingen, een boek van Dimitri Verhulst. In beide voorgaande films slaagde van Groeningen erin om een bijzonder sfeervol portret te creëren met veel warmte en lichte marginaliteit. En hoewel het script vaak niet zo bijzonder was, had de film je toch volledig in zijn ban door zijn emotionele geladenheid. Nu zijn deze elementen ook allen aanwezig in deze film maar dat biedt helaas geen volledige garantie op een goede film.

De Helaasheid der Dingen

Het feit dat deze film bijzonder succesvol was op verschillende festivals over de hele wereld deed nochtans het beste vermoeden. Als je kijkt naar de plotbeschrijving, kan je meteen het doel van de film eruit halen. De film tracht een sfeervolle schets te brengen van een in de marginaliteit ronddwalende familie. Het gezin in kwestie is de familie Strubbe dat bestaat uit een 13-jarig kind, drie nonkels en een oma. Na een aantal mislukte huwelijken hebben zij namelijk besloten om terug in het ouderlijk huis in te trekken. Gunther Strubbe beseft na een tijdje dat het zo niet verder kan en tracht te ontsnappen aan dit zinloze leventje.

Laten we starten met de positieve elementen. Opnieuw slaagt van Groeningen erin om een zeer authentieke en sfeervolle film te creëren die aardig wegkijkt. De casting is perfect en het bijbehorende acteerwerk brengt je meteen in de roes van de Vlaamse marginaliteit. Net als in zijn vorige films bestaat De Helaasheid der Dingen echter vooral uit een afwisseling tussen leuke en matige scènes. Maar dat is ook hier niet onoverkomelijk omdat deze leukere scènes in de meerderheid zijn en de film voldoende weten te dragen.

Waar zit het befaamde “addertje onder het gras” dan? Wel, van Groeningen streeft overduidelijk een realistische schets na van een sociale wantoestand waarbij de nadruk vooral ligt op de emotionele component. Door deze realistische aard kan de film natuurlijk niet te ver gaan in zijn marginale en chaotische taferelen zoals bijvoorbeeld Ex-Drummer van Koen Mortier dat wel kon doen. Het blijft allemaal redelijk braaf en kleurt netjes binnen de lijntjes. Bovendien weet ook de emotionele lading niet geheel te overtuigen. Deze vereist namelijk voldoende gelaagdheid in het verhaal en diepte in de karakters. Enkele uitzonderingen daargelaten zijn de meeste personages in de film toch te stereotiep en jammer genoeg te schreeuwerig in hun objectieven. Desondanks biedt De Helaasheid der Dingen wel een aangename zit met een al bij al geslaagde mix tussen drama en humor en zal velen dan ook wel aanspreken. Helaas is de film door een gebrek aan diepgang en subtiliteit als sociaal portret maar half geslaagd.


From Paris with Love


Wed, 17 Mar 2010 21:29:39 GMT

“Luc Besson presents”; een film met die voortitels doet elke actiefan watertanden. Als de maker van Taken, Pierre Morel, dan ook nog in de regiestoel zit, kan het feest niet meer stuk. Toch? John Travolta maakt de verwachtingen door de vooraf vrijgegeven beelden (waarop hij kaal, met ringbaard en oorbel te zien was) in ieder geval waar. Maar hoe sterk is het verhaal (altijd een kracht bij Besson films) en belangrijker: hoe hard is de actie?

From Paris with Love

De film speelt zich dus af in Parijs, maar er zijn opvallend weinig Fransen in de film te vinden. James Reese (Jonathan Rhys Meyers) werkt bij de Amerikaanse ambassade, heeft thuis een leuke vriendin en mag zo af en toe aan het werk als special agent voor de CIA. Als voor een speciale opdracht de keiharde en doorgewinterde Charlie Wax (John Travolta) naar de stad komt, is Reese zijn chauffeur en partner. Onder het motto “wax on/wax off” handelt en schiet Wax zonder na te denken; “trigger-happy” noemen ze dat. Reese weet, net als de kijker, lange tijd niet waarom bepaalde plekken worden bezocht en mensen worden neergeschoten. Dat het geen lieve jongens zijn, is het enige dat duidelijk is. Toch blijkt er een redelijk plot achter alle actie te zitten. Terrorisme blijkt ook voor Besson nieuw voer te zijn.

Travolta is duidelijk in zijn element en blijft ondanks de te bedachte one-liners geloofwaardig genoeg. Rhys Meyers (Match Point) doet wat hij moet doen als pupil die nog een gevoel van moraliteit heeft. Belangrijker is of de actiescènes overtuigen en tegelijk bikkelhard zijn. Samenvattend: ze voldoen, maar ontstijgen nauwelijks de middelmaat. De achtervolging waarbij Wax met een bazooka uit het zijraam van de auto hangt is een pluspunt, maar verder zijn er te veel onzinnige scènes zoals degene waarbij Travolta een groepje jonge gangleden uitschakelt met zijn blote handen. De ontknoping is aardig, zeker ook omdat daar, net als op enkele andere malen in de film, treffend gebruik wordt gemaakt van slow-motion. De truc daarmee is altijd: doen, maar wel zo min mogelijk en op het goede moment.

From Paris With Love is een alleraardigste actiefilm die op de one-liners na, weinig komedie in zich heeft. Hij vermaakt anderhalf uur lang en daarna ben je bij het naar buiten lopen al vergeten waar de film over ging: soms hoeft een film niet meer te doen.


The Road


Wed, 17 Mar 2010 21:19:28 GMT

Twee weken na het post-apocalyptische The Book of Eli komt John Hillcoat met The Road. Hij houdt het simpeler dan ooit: vader en zoon die proberen te overleven op weg naar het zuiden. In een wereld die om onverklaarde redenen dood en verdort is en waar elke kleur plaats heeft gemaakt voor een scala aan grijstinten. The Road schittert door zijn grimmige sfeer en soberheid.

The Road

The Road vertelt het verhaal van een vader (Viggo Mortensen) en zijn zoon (Kodi Smit-McPhee). Ze zijn op weg naar het zuiden waar ze op betere tijden hopen. Onderweg is het vooral zaak te overleven. Niemand is meer te vertrouwen want veel bendes zijn bij gebrek aan voedsel over gegaan tot kannibalisme. In flashbacks zien we hoe goed en mooi het ooit was, hierin is ook de moeder (Charlize Theron) te zien.

De cinematografie en sfeer zijn van een meesterlijk niveau. Ondanks de ellende en grimmige sfeer, zou je deze wereld dolgraag in het echt willen zien. Ook het art departement verdient een compliment, al zijn enkele beelden iets te opzichtig uit een computer getrokken.

The Road is een schitterende verfilming van Cormac McCarthy’s gelijknamige boek. Ook het einde van het boek is overgenomen en alleen dat is misschien jammer. Het strookt niet met de stemming en sfeer van de rest van de film. Het acteerwerk van vooral Mortensen is namelijk ook van hoog niveau. Mis overigens niet de kleine bijrol van Robert Duvall: hij is het echt. En oja, hij heet Eli.


An Englishman in New York


Tue, 16 Mar 2010 22:58:17 GMT

“Als de zonzijde van de straat bezet is, loop je op straat.” Zo flaneerde de Britse entertainer Quentin Crisp in de jaren ’80 door de straten van New York. Met zijn flamboyante kledingsstijl, Britse ‘manners’ en voorliefde voor make-up hing Crisp ergens tussen Oscar Wilde en een androgyne zus van Vanessa Redgrave.

An Englishman in New York

Volgens sommigen stamde Crisps’ voorliefde voor alles wat Amerikaans was uit de openheid van de ruimdenkende Amerikaanse soldaten die hij in de jaren ’40 in Londen ontmoette. Wat het ook was, na een roerige geschiedenis in Groot-Brittannië beschouwde Crisp The Big Apple als het walhalla van vrijheid en zelfontplooiing.

Na de eerste reeks Amerikaanse interviews en shows wordt Crisp gestrikt door de strabante agente Connie Clausen (Swoosie Kurtz). Zij brengt hem in contact met redacteur Phillip Steele, die Crisp recensies laat schrijven en hem zowel privé als zakelijk ondersteund. Te midden van een bonte optocht vol kleurrijke figuren en feestjes spelen kunstenaar Patrick Angus (Jonathan Tucker) en comédienne Penny Arcade (Cynthia Nixon) een belangrijke rol in Crips’ leven – zijn meest spectaculaire show.

Regisseur Richard Laxton brengt samen met John Hurt het Amerikaanse avontuur van Crisp succesvol tot leven. Door Hurts verschijning in de eerdere Crisp-biopic The Naked Civil Servant is het alsof de flamboyante Brit zelf is teruggekeerd in een passende sequel. Dat de overige personages weinig tijd krijgen – in het ergste geval slechts steunvulling zijn – wordt gerechtvaardigd door het welslagen van het eindresultaat: Stings An Englishman in New York zal nooit meer hetzelfde zijn.




Klik hier voor de laatste filmreviews

Laatste reviews:

- Patrik 1.5

- The Messenger

- Adrift

- Sauna

- Funuke



Ben je opzoek naar iets?
Typ het hieronder in het zoekvlak.


05-09 poezie
29-08 bullsky
29-08 powisie
28-08 gerriepeters
13-08 Finch


Door Finch - Letterlijk
Door Finch - Euh, leuk
Door Zoutzuur - Kunnen we
Door OMGitsME - @afelium
Door Zoutzuur - Wij letten


- informatie
- crew
- contact
- adverteren
- linkpartners


- zoutzuur prijsvraag
- online games
- Zoutzuur movies

 

        zoutzuurforum
   zoutzuurHyves

 

Delen |

Realisatie: De Oppasser.
Alle rechten voorbehouden.
Copyright © 2008-2011, Zoutzuur.com